CFL

Onze markt Onze markt
> Marktontwikkelingen

De economische recessie heeft een al eerder ingezette ontwikkeling hooguit vertraagd, niet gefrustreerd. De rol van het short seasegment in het internationale zeetransport wordt veelomvattend en belangrijker. Naar analogie van de luchtvaart ontwikkelen grotere havens zich tot hubs, die lijnschepen met een tonnage van honderdduizend of meer kunnen ontvangen. De distributie naar kleinere havens in het verspreidingsgebied wordt overgelaten aan andere vervoersmodaliteiten, de kustvaart voorop.

Een andere belangrijke ontwikkeling is de verschuiving van de wereldhandel en het toenemende belang van de BRIC-landen daarin. Met name in China en India is de economische groei nooit tot staan gekomen. Bovendien oriënteren deze landen zich meer op regio’s als Afrika en Zuid-Amerika, waar de infrastructuur lokaal vaak achterblijft en de behoefte aan passende transportvormen dus groeit.

Deze ontwikkelingen gelden voor alle ladingtypen en voor zowel spot market als vaste lijnverbindingen. Daar bovenop is nog een specifieke vraag naar geschikt tonnage voor bijzondere projectladingen merkbaar, zoals het vervoer van jachten. Een ander voorbeeld is de energiesector.

Mede gedreven door een dreigende tekort aan fossiele brandstoffen en een (weer) hoge olieprijs hebben vrijwel alle energieproducenten ter wereld ambitieuze investeringsplannen voor de komende jaren klaar liggen. Soms betreft het de uitbreiding van bestaande raffinaderijen, installaties of velden, meestal gaat het om de winning van energie op diepten en in gebieden die voorheen nog als onrendabel werden beschouwd. Het feit dat de teerzanden in Alaska en het uiterste noorden van Canada olie bevatten is al jaren bekend, maar pas nu worden er voorzieningen gebouwd om de winning ervan ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Hetzelfde geldt voor gasbellen in andere onherbergzame gebieden of in poolzeeën.

Ook is duidelijk dat de ophanden zijnde energietransitie om andere antwoorden vraagt. Een recente studie berekende dat tot 2020 voor een bedrag van 1200 miljard euro zal moeten worden geïnvesteerd in schone energietechnologie om aan de huidige klimaatdoelstellingen van overheden wereldwijd te kunnen voldoen. Het merendeel van dat immense bedrag zal worden gestoken in de aanleg van windmolenparken en van grootschalige installaties voor zonenergie in meest veraf gelegen en wind- en zonzekere gebieden. Wereldwijd liggen er al plannen klaar voor 6000 windparken. Alleen in Europa zal de opwekcapaciteit van stroom door windmolens de komende tien jaar moeten vervijfvoudigen om aan de gestelde EU-doelstelling (20 procent van de energiebehoefte moet in 2020 door duurzame bronnen worden geleverd) te voldoen.  

Door dat alles zal de vraag naar scheepscapaciteit die ook in barre omstandigheden betrouwbaar is en blijft, die bestemmingen met een geringe vaardiepte en een ontoereikende infrastructuur kan bereiken en ook zelf voldoet aan steeds scherpere duurzaamheideisen de komende jaren explosief groeien. De vloot van CFL is er klaar voor. 

> Cleantech, ook een vervoersgroeimarkt
Wat lang nog een vooral marginale business leek, heeft nu de toekomst. In 2020 zal de marktvraag naar technologieën om schone en herwinbare energie op te kunnen wekken en efficiënter en effectiever om te gaan met bestaande bronnen wereldwijd ten minste 1200 miljard euro bedragen. In 2008 bedroeg de omzet nog 340 miljard. Daarmee belooft de cleantechsector na de elektronica- en automotivesector de naar omzet gemeten grootste economische pijler te worden, berekende onderzoeksbureau Roland Berger eind vorig jaar in opdracht van het World Wildlife Fund *. Hun bevindingen werden onlangs nog eens herbevestigd door het gezaghebbende Internationaal Energie Agentschap (IEA).
Beide onderzoeken baseren zich op de investeringsplannen die overal op de wereld op het moment klaarliggen en waarvoor in beginsel ook al financiering is gevonden. Om het dreigende tekort aan fossiele brand- en grondstoffen te kunnen compenseren en om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen zoals die in het jongste klimaatverdrag van Kopenhagen zijn vastgelegd, hebben landen en particuliere bedrijven de onvermijdelijke energietransitie nu eenmaal hoog op hun agenda’s gezet. Zo heeft de EU de ambitie uitgesproken om in 2020 een vijfde van de totale energiebehoefte te putten uit duurzame, want herwinbare bronnen, wil Japan snel naar 50 procent toe en begint ook bij de traditioneel grootste energieverbruikers, de VS en China, het besef door te dringen dat het vergroten van het aandeel duurzame energie op termijn onvermijdelijk is.

> Nieuwe plannen
Het gevolg van deze internationale bewustwording is dat partijen overal ter wereld nu in versneld tempo plannen ontwikkelen om schone technologieën te introduceren die het beste passen bij de verwachte ontwikkeling van hun energiebehoefte en bij hun geografische en geologische omstandigheden. In Nederland bijvoorbeeld zal de komende jaren vooral worden ingezet op de bouw van meer biomassa-installaties, het uitbreiden van het aantal warmtekrachtcentrales en de aanleg van offshore-windmolenparken. Om de EU-doelstellingen te kunnen halen zal Nederland op al deze gebieden een inhaalslag moeten maken. Alleen om het aandeel windenergie al op peil te krijgen zullen er voor de Nederlandse kust de komende tien jaar 1300 nieuwe windmolens moeten worden bijgebouwd met een spanwijdte van 90 meter of meer. Al met al vergt dat een investering van 16 tot 20 miljard.
Maar ook elders in de wereld gaat het hard. Koploper in duurzaamheid Duitsland heeft plannen klaarliggen voor windmolen- en zonneparken voor 150 miljard de komende drie jaar, het Verenigd Koninkrijk heeft net een aanbesteding afgesloten voor de aanleg van offshore windmolenparken ad 900 miljard, en de VS en Canada kondigden recent aan dat verwacht wordt dat de totale investering in de aanleg van cleantech-oplossingen zal toenemen naar respectievelijk 250 en 50 miljard per jaar. En dat is nog maar greep uit de plannen.
Maakt de wereld nu dus echt werk van de energietransitie, deze ontwikkeling levert ook een geïntensiveerde vraag naar geschikte vervoerscapaciteit op. Op een recent seminar aan de universiteit van Leuven** werd dit zelfs het zeevervoersegment genoemd met het grootste groeipotentieel. In haar inleiding schetste prof.dr. Cathy Macharis in grote lijnen de vervoersmarkt voor cleantech. Allereerst is er de transportbehoefte van de globale assemblagemarkt; het ontwerp en de ontwikkeling van bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen gebeurt grotendeels in Duitsland, Denemarken en de VS, de productie ervan is al voor haast tweederde in handen van China en (belangrijk minder) India. Gereed product moet op bestemmingen overal ter wereld worden afgeleverd, zij dat het merendeel ervan in verafgelegen en ecologisch kwetsbare gebieden (zoals in zonzekere woestijngebieden of in windzekere poolstreken) is gelegen. Bovendien zal het er vaak aan de benodigde infrastructuur ontbreken en moeten partijen over de capaciteit beschikken om projectladingen van vaak afwijkende afmetingen te kunnen vervoeren.

> Nichespeler CFL
Deze nichemarkt is ook voor Nederlandse zeetransporteurs interessant. Temeer omdat Nederland nog steeds de thuisbasis is van enkele voor de bouw van met name ofsshore-opstellingen vitale specialisaties. Bedrijven als Sif en Smulders zijn internationaal toonaangevend op het terrein van funderingsproductie voor offshore-installaties, en ook partijen als Ballast Nedam, Van Oort en Vroon hebben bij het bouwen van energie-installaties in extreme omstandigheden een wereldreputatie. Ook de thuismarkt oogt dus kansrijk.
Maar op zoek naar zeevervoerders die zich specifiek richten op het bedienen het cleantechsegment blijkt de spoeling dun. Eén van de vooralsnog weinige rederijen die klaar is voor het snel groeiende vervoersaanbod is de betrekkelijk jonge scheepvaartonderneming CFL. Vier jaar geleden opgericht door een groep investeerders rond directeur-aandeelhouder Kees Koolhof koos CFL voor een bijzonder concept: de vloot van straks 15 multipurpose schepen is volledig in Nederland gebouwd, voldoet aan de hoogste voorwaarden op het gebied van energiezuinigheid en CO2-uitstoot, is ijszeker en heeft weinig diepgang, kan zowel projectladingen, containers als droge bulk vervoeren en is voor een deel ook uitgerust met eigen overslagkranen. ‘We zetten op meerdere ladingsegmenten in, maar we willen ons ook in dit segment onderscheiden,’ licht Koolhof in het Amsterdamse kantoor van CFL toe. ‘Bij het ontwerp en de ontwikkeling van onze nieuwste scheepstype, de bij Shipyards Peters gebouwde serie Sole 10.000, hebben we een zeer specifieke filosofie als uitgangspunt genomen. Het schip beschikt over een aaneengesloten ruim van meer dan 70 meter lengte, uniek voor een schip van zijn omvang. Daardoor kunnen we grote projectladingen onderdeks vervoeren zonder dat ze eerst hoeven te worden gedemonteerd. We hebben het oppervlak voor deklading verruimd en twee kranen geplaatst met een totaal hefvermogen van 160 ton. En net als onze Jumbo’s (6500-tonners, redactie) steken ze maar krap 8 meter diep, worden ze aangedreven door zeer energiezuinige motoren en maken ze gebruik van schonere brandstof. Dat geeft ons nu wel een streepje voor.’
Feit is dat CFL de eerste grote opdracht voor cleantechtransport binnen heeft. Na een omvangrijke selectieprocedure kreeg CFL van dredging- en offshorebedrijf Van Oort de opdracht voor het vervoer van monopiles en transition parts van Denemarken en Duitsland naar Zeebrugge, waar voor de kust het windmolenpark Belwind wordt gerealiseerd. ‘Ze kozen ons omdat al onze schepen zulke specifieke ladingen aan kunnen en omdat we ons verder willen ontwikkelen in dit segment. We hopen op een langdurig partnerschap.’

* Clean Economy, Living Planet: building strong energy technology industries by WWF & Roland Berger (nov 2009)
** Cleantech transport: vision on logistics 2020 by prof.dr. Cathy Macharis (maart 2010)