Soms verbaast Martin Erik Remeeus zich er nog wel eens over dat hij indertijd de overstap maakte. Toen hij gevraagd werd om fleet commodore te worden van CFL had hij er al meer dan dertig jaar op zee op zitten; in allerlei functies en op allerlei scheepstypen. Met zijn onberispelijke trackrecord kan hij in beginsel bij elke rederij aan de slag. Maar toch koos Remeeus ervoor om in te gaan op het aanbod van Kees Koolhof om als eerste medewerker een nog jong bedrijf te helpen opbouwen. Twee zaken gaven voor hem de doorslag, legt de fleet commodore telefonisch uit vanuit de stuurhut van de CFL Promise onderweg van China naar Djibouti. ‘Allereerst vind ik de invulling van de functie bij CFL uitdagend. Als fleet commodore houd ik me hier met een veel breder scala van activiteiten bezig dan ergens anders. Ik teken mee aan de schepen, kom met suggesties om het ontwerp in het dagelijks gebruik nog doelmatiger en beter te maken, ben verantwoordelijk voor het hele traject van het daadwerkelijk vaarklaar maken van nieuwe schepen, help met het opzetten van een deugdelijke scheepsadministratie, selecteer en begeleid de beste bemanningen voor de schepen en coach een crew ook actief.’
Minstens zo belangrijk is dat Martin Erik Remeeus bij CFL vanaf de eerste dag het gevoel heeft dat hij bij een onderneming is beland met een winnaarmentaliteit. ‘Zelfs toen de ladingprijzen op een onmogelijk laag niveau stonden, heb ik Kees en zijn mensen er nooit over gehoord dat ze hun ambitieuze nieuwbouwplannen wilden bijstellen. Ze geloven onvoorwaardelijk in de marktkansen van het type schepen waar we mee varen en in de gekozen configuraties. Het is dat doorzettingsvermogen dat me aantrekt. Daar komt bij dat dit bedrijf niet geremd wordt door vastgeroeste ideeën over hoe een rederij moet worden gerund. Naar elk initiatief om het eens anders te doen, wordt hier zeer serieus geluisterd. En als je er een goede onderbouwing voor hebt mag je het uitvoeren ook. Dat trekt me.’
> Geen rangen en standen
Hoe onderscheidt CFL zich nog meer van andere rederijen waar je voor gevaren hebt?
‘Natuurlijk door de leeftijd van de vloot. Ik denk niet dat er veel rederijen zijn die varen met schepen van gemiddeld maar twee jaar oud. Elk jaar komen er hier drie bij, en ik heb er dan ook al haast een dagtaak aan om ze tijdig vaarklaar en bemand te krijgen op een manier die bij CFL hoort. Daarnaast is dit een bedrijf dat niet al te zeer geremd wordt door hiërarchische verhoudingen. In veel rederijen waar ik voor gewerkt heb, bestaan nog rangen en standen die een snelle besluitvorming moeilijk maken. Hier word je primair afgerekend op je prestaties en niet op waar, wanneer en hoe je ze levert.’
Als fleet commodore denk je ook mee over het ontwerp van de schepen. Kun je een concreet voorbeeld noemen van je betrokkenheid?
‘Neem de aanpassing van de stuurhut. In de eerste serie Jumbo’s vond ik die te klein en de accommodatie niet praktisch genoeg. Nu vindt iedere officier dat op elk schip, maar in dit geval is er – voorzover ik me kan herinneren voor het eerst in mijn carrière – ook echt iets aan gedaan. In het aangepaste ontwerp zijn de verblijven van de kapitein en de eerste stuurman een verdieping hoger geplaatst, waardoor ruimte is gewonnen in het stuurhuis en voor grotere bemanningverblijven. Een ander voorbeeld: mijn suggestie om de ventilatieschachten demontabel te maken is overgenomen. Dat is veel praktischer bij het innemen en overslaan van dekladingen.’
Je hebt dus ook meegedacht over het ontwerp van de nieuwe serie Sole-schepen?
‘Klopt. Als rechtgeaard zeeman vind ik dat hét ideale schip niet bestaat, maar ik denk dat de Sole 10.000 er wel heel dicht bij komt. Het ontwerp verenigt alle verbeterlessen die we de afgelopen jaren hebben opgedaan met multi purposeschepen in zich. Bovendien heeft het kranen. En als iemand die het grootste deel gevaren heeft met general cargo vind ik dat een schip pas compleet is met eigen kranen.’
> Gunstig loopbaanperspectief
U hebt gezegd dat deze uitbreiding van de CFL-vloot gunstig is voor het loopbaanperspectief van bemanningen.
‘Klopt. Met de Sole’s kun je weer andere bestemmingen aandoen. Ook heeft het schip andere vaarkwaliteiten, die voor iemand met ervaring op onze Jumbo’s of op een ander type schip heel aantrekkelijk kunnen zijn. Ik ben er dan ook van overtuigd dat deze uitbreiding van onze vloot CFL ook een aantrekkelijker werkgever maakt. Ook Nederlandse officieren kunnen we nu meer loopbaanperspectief bieden. Dat percentage willen we trouwens toch uitbreiden.’
Bent u tevreden over hoe de selectie en begeleiding van bemanningen nu verloopt?
‘Zeker sinds we een joint venture hebben met recruiting agencies in Manilla en Djakarta. Ik vaar nu bijvoorbeeld als coach mee met een volledig Indonesische bemanning. We zijn een paar weken onderweg, maar ik ben al onder de indruk van hun vakmanschap en discipline. Ik moet ze in zes weken wegwijs maken met het schip en onze procedures. Maar gezien het tempo waarin ze zaken oppikken, kan ik wel eerder van boord.’
Welke eisen stelt u zoal aan hen?
‘Bij CFL vinden we dat het schip en zijn bemanning ons visitekaartje zijn. Dus bij een professionele organisatie hoort een proper en efficiënt geleid schip. Daarbij let ik ook op de details: als een loods of douaneambtenaar aan boord komt is de kapitein representatief gekleed, is het schip op orde en liggen de vereiste papieren klaar. Daar staat tegenover dat we veel doen om een duurzame relatie met de mensen die voor ons varen te realiseren. Ik denk dat bij ons meer aandacht wordt besteed aan begeleiding en training en dat ook de faciliteiten aan boord beter zijn dan gemiddeld. Dat zien we als een investering: we varen met nieuw en duur materieel en een toegewijde crew is ons dan ook wel wat waard.’
Wilt u meer weten over werken bij CFL? Neem dan contact op met Amarens van der Veer van de afdelings Bemanningszaken.